OPINIE (TROUW): Bezuinigen op wetenschap is een dure vergissing

Als jonge academici van de twee Amsterdamse universiteiten maken we ons grote zorgen over de geplande bezuinigingen op onderzoek en onderwijs van de coalitiepartijen. We begrijpen dat bezuinigingen nodig zijn om de staatsfinanciën op orde te brengen. We denken echter dat deze ingrijpende bezuinigingsoperatie – onder andere door de financiering van 1200 academici via de sectorgelden van 215 miljoen euro per jaar te schrappen – vooral kostenverhogend (!) is op de middellange termijn. 

Die kosten zijn niet alleen economisch, denk aan verminderde innovatie, lagere kwaliteit onderwijs en onderzoek, hogere ziekteverzuimcijfers, maar ook sociaal en psychologisch, denk daarbij aan verminderde kansengelijkheid (studeren of werken aan een universiteit wordt iets wat alleen welvarenden zich kunnen permitteren) en de hogere werkdruk op de universiteiten. Eerder dit jaar concludeerde de arbeidsinspectie dat de werkdruk op universiteiten zeer hoog is, en dat academici wekelijks gemiddeld 6 uur overwerken, met als uitschieters de doorgaans jongere universitair docenten. Toen de sectorgelden in 2023 werden geïntroduceerd werd daarom benoemd dat dit middel het probleem van de te hoge werkdruk deels zou adresseren en ook de kwaliteit van onderwijs en onderzoek zou verhogen. De beloofde kwaliteitsslag en ‘rust en ruimte’ zijn er echter niet gekomen – na de toezegging van de financiering wordt die nu alweer geschrapt. Als bijeffect van de bezuinigingsplannen zijn het vooral jonge academici met tijdelijke contracten en onzekere toekomst die hun positie kwetsbaarder zien worden. De werkdruk neemt verder toe voor degenen die blijven omdat hetzelfde werk moet worden gedaan door minder mensen. Juist jong talent zal geraakt worden door de bezuinigingen, waardoor de positie van Nederland als kenniseconomie in gevaar komt. 

Niet alleen nemen de kosten toe door de voorgestelde bezuinigingen, ze leiden ook tot een vermindering in de opbrengsten van wetenschap. Dat is schadelijk, juist in een tijd waarin we onderzoek en feiten nodig hebben om moeilijke debatten te voeren over bijvoorbeeld de toekomst van de zorg, toenemende polarisatie, en risico’s en kansen van kunstmatige intelligentie (AI). 

Bij de geplande bezuinigingen bestaat het risico dat vooral de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen geraakt worden, maar dat is minstens zo schadelijk als bezuinigingen op bèta-onderzoek en -onderwijs. Vragen over technische innovaties moeten bij uitstek door een brede waaier aan disciplines behandeld worden. Geesteswetenschappen zijn bijvoorbeeld nodig om te reflecteren op de ethische implicaties van AI, en te verkennen welke randvoorwaarden we moeten stellen aan de inzet ervan. Sociale wetenschappen helpen bij het begrijpen (en voorkomen) van negatieve psychologische en sociale effecten van AI in de samenleving, en bij het voorstellen van de regulering ervan. Bèta-onderzoekers kunnen zich storten op de vraag hoe AI effectiever kan worden ingezet, of hoe de energieconsumptie van AI kan worden gereduceerd. 

Voor ons staat vast dat een eenzijdige benadering van innovatie als een zuiver technische aangelegenheid gelijkstaat aan vragen om problemen. Zijn het niet vooral de psychologische, sociale en ethische implicaties van nieuwe ontwikkelingen die onze maatschappij ingrijpend veranderen? Het is een lichtpuntje dat beoogd onderwijsminister Eppo Bruins eerder als voorzitter van de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie al expliciet benoemde dat ‘voor de complexe problemen in onze maatschappij alle vormen van kennis nodig zijn’.

We zetten ons heel graag in om kennis op te doen en te delen met onze studenten en de maatschappij. Daarvoor is het wel nodig dat we de eerder beloofde ‘rust en ruimte’ krijgen om ons werk goed te doen. Net als Eppo Bruins stellen wij dat hiervoor ‘stabiele en structurele overheidsfinanciering’ nodig is, en dat de voorgestelde bezuinigingen op onderzoek en onderwijs dus moeten worden herzien. Alleen dan kunnen we innoveren, studenten goed opleiden, ons onderzoek zorgvuldig uitvoeren, en samen de grote vragen van deze tijd adresseren.

Amsterdam Young Academy

ONDERTEKENAARS 

  • Berend van der Kolk, VU
  • Gea Dreschler, VU
  • Theo Araujo, UvA
  • Bert N. Bakker, UvA
  • Elsje van Bergen, VU
  • Tessa F. Blanken, UvA 
  • Lianne Boer, VU
  • Mark Boukes, UvA
  • Yusuf Çelik, VU
  • Marie Deserno, UvA
  • Klaas H. Eller, UvA
  • Melissa T. Hooijmans, VU
  • Marjolein Lanzing, UvA
  • Romy van der Lee, VU
  • Evgenia I. Lysova, VU
  • Diletta Martinelli, UvA
  • Tiago R. Matos, UvA
  • Boris Noordenbos, UvA
  • Aybüke Özgün, UvA
  • Ladan Rahbari, UvA
  • Younes Saramifar, VU
  • Vittoria G. Scalera, UvA
  • Animesh Trivedi, VU
  • meLê yamomo, UvA
  • Lachezar Yanev, VU
  • Dion Kramer, VU

 

 

Lees hier het gepubliceerde stuk