Berend van der Kolk School of Business and Economics VU

Associate Professor at the Accounting Department

Marie Deserno Faculty of Social and Behavioural Sciences UvA

Assistant Professor of Clinical Psychology

'Universiteiten, onttrek je aan die onzinnige internationale ranglijsten'

Opiniestuk AYA-leden in Het Parool

De UvA en VU moeten niet meer meedoen aan de internationale ranglijsten waarin de zogenaamd beste universiteiten op een rijtje worden gezet, stellen leden van de Amsterdam Young Academy in een opiniestuk in Het Parool in oktober 2023. De ranglijsten zijn vaak gebaseerd op onzinnige informatie, leiden tot stress bij onderzoekers en gaan ten koste van de onderwijskwaliteit.

De Universiteit Utrecht (UU) kondigde onlangs aan niet meer mee te doen aan de Times Higher Education-ranglijst – een internationale rangschikking van ‘de beste universiteiten’. Ze sturen geen informatie meer op naar de makers van de ranglijst. De UU is daarmee de eerste universiteit in Nederland die breekt met de traditie van ranglijsten: in de academische wereld was dit groot nieuws.

Dergelijke ranglijsten houden volgens de UU een ongezond idee van onderlinge competitie in stand; de meetmethoden zijn bovendien bedenkelijk en lokken opportunistisch gedrag uit. Wij, jonge wetenschappers van de VU en de UvA, steunen dit initiatief en roepen de Amsterdamse colleges van bestuur van de VU en UvA op het Utrechtse voorbeeld te volgen.

Incompleet en bevooroordeeld

De kritiek op ranglijsten van universiteiten is niet nieuw: al in 1976 werden ranglijsten weggezet als ‘gekwantificeerd geroddel’. Onder de schijn van objectiviteit geven ranglijsten een incomplete en bevooroordeelde evaluatie van een universiteit.

De onderliggende aannames van ranglijsten zijn bedenkelijk: sommige ranglijsten meten onderwijskwaliteit af aan de hand van het aantal oud-Nobelprijswinnaars, terwijl andere aan de hand van vragenlijsten vaststellen welke universiteit de ‘beste’ reputatie heeft – maar wat meet je dan eigenlijk?

Ranglijsten zijn een soort selffulfilling prophecy’s geworden. Universiteiten, ook die van ons, profileren zich ermee om medewerkers en studenten te recruteren en zichzelf te complimenteren (“we staan toch mooi weer op plek X dit jaar”).

Maar hier zit ook een gevaar. Universiteiten willen hun ‘hoge’ ranking behouden, waardoor nadruk ontstaat op de aspecten die deze ranglijsten meten. De Times Higher Education-ranglijst, waar de UU dus niet meer aan meedoet, geeft bijvoorbeeld altijd een groot gewicht aan ‘internationalisering’ – geen wonder dat het aantal internationale studenten in dertien jaar verviervoudigde aan Nederlandse universiteiten (hier speelden overigens ook economische motieven mee).

Snel scoren

Ranglijsten blijven daarnaast, ook bij de evaluatie van onderwijsinstellingen, veel gewicht geven aan toppublicaties – geen wonder dat dit de strenge eisen binnen universiteiten in stand houdt en veel onderzoekers dus stress ervaren om te publiceren, wat niet zelden ten koste gaat van het onderwijs dat ook verzorgd moet worden.

Een andere kritiek is dat ranglijsten zich voornamelijk richten op data die makkelijk telbaar is, zoals het aantal publicaties en citaties, terwijl die zeker geen perfecte indicatoren zijn voor onderzoekskwaliteit.

Daarbij zet het simpel tellen van publicaties en citaties aan om onderzoeksbevindingen uit te smeren over meerdere publicaties, terwijl het snel scoren met een artikel ook ten koste kan gaan van meer fundamenteel onderzoek, dat doorgaans meer tijd kost. Niet voor niets kregen boeken die de situatie op universiteiten beschrijven de veelzeggende titels De PublicatiefabriekDe Meetmaatschappij en The Ranking Game.

Goede sier maken

Het afstand nemen van ranglijsten past in het nationale programma ‘Erkennen en Waarderen’, dat stelt dat er meer aandacht moet komen voor het werk van academici in de volle breedte – ook demissionair minister Dijkgraaf gaf dat meer dan eens aan. Erkennen en Waarderen vraagt om ruimte voor pluriformiteit, dus in plaats van eenzijdige aandacht voor het publiceren in internationale tijdschriften, ook waardering voor het lokaal bruggen slaan tussen theorie en praktijk, voor het serieus nemen van onderwijs, omzien naar collega’s en studenten, en het actief deelnemen aan het maatschappelijke debat.

Misschien spelen er in Utrecht nog andere overwegingen mee om niet meer met de ranglijstfetisj mee te doen. In de huidige tijdsgeest kun je op korte termijn goede sier maken met het afwijzen van een ranglijst, wat nationaal en internationaal ook weer aandacht genereert.

Het bijeffect dat er hierdoor mogelijk minder internationale studenten komen, sorteert handig voor op de recente Haagse plannen om minder internationale studenten naar Nederlandse universiteiten te halen. Wat de verdere overwegingen echter ook mogen zijn, wat ons betreft is de ranglijstonttrekking van de UU een beweging in de goede richting.

Niet meer blindstaren

Het stoppen met de ranglijsten vraagt moed: iedereen (wij ook) heeft een soort haat-liefde verhouding met dergelijke lijstjes. Maar, lijstjes die geen goede afspiegeling zijn van kwaliteit en afleiden van wat er werkelijk toe doet, daar zouden we als wetenschappers juist mee moeten stoppen.

Daarom roepen wij de Amsterdamse universiteiten op onze Utrechtse collega’s te volgen: stop met het aanleveren van informatie aan de Timesranglijst. Zou het niet geweldig zijn als we ons niet meer blindstaren op posities op een ranglijst, maar, zoals de missies van onze universiteiten al beloven, ‘in verbinding met elkaar en de samenleving’ ons inzetten voor een duurzame en welvarende toekomst?

theme

Article not found